Regio ZOU
Regio Lekstroom

Per gemeente | Veel gestelde vragen


 

Veel gestelde vragen & antwoorden over O&I

  1. Wat ging er aan O&I vooraf?
  2. Wat gebeurt er met de GEZ en OWZ?
  3. Hoe ziet het O&I-contract eruit?
  4. Welke voorwaarden worden aan het contracteren van O&I gesteld?
  5. Hoe wordt de vergoeding gedeclareerd?
  6. Wat is een regioplan en wat vind ik daarin terug?
  7. Welke activiteiten vallen er onder O&I?
  8. Er wordt gesproken over resultaatgebieden binnen O&I. Wat houdt dat in?
  9. Wat zijn de bouwstenen van O&I?
  10. Wat is een gemeentehub?
  11. Wat is een kerngroep?
  12. Wat zijn de ervaringen van gemeentehubs binnen de regio?
  13. Wat is de rol van de wijkmanager?
  14. Wat zijn de ervaringen van wijkmanagement binnen de regio?
  15. Wat is de rol van UNICUM in het proces rondom O&I?
  16. Wat is de inbreng van de leden als het gaat om O&I?

 

1. Wat ging er aan O&I vooraf?

Aanleiding zijn de afspraken in het hoofdlijnenakkoord 2014-2017 over versterking van de eerste lijn. De partners uit het akkoord hebben de overtuiging dat versterking van de organisatiegraad van de eerste lijn een noodzakelijke voorwaarde is om de ambities uit het akkoord te realiseren én de uitdagingen die er op de eerste lijn afkomen het hoofd te bieden. Daarnaast is afgesproken dat de resultaatgerichtheid van de eerste lijn kan worden verhoogd. 

Onder leiding van Edwin Velzel zijn een aantal analyses uitgevoerd. Dit heeft geleid tot het voorstel om de huidige betaaltitels voor gezondheidscentra (GEZ-financiering) en ketenzorg te wijzigingen in drie nieuwe betaaltitels: ‘wijkmanagement’, ’regiomanagement’ en ’ondersteuning ketenzorg’. Daarnaast wordt voorgesteld huisartsenpraktijken te gaan ondersteunen met ‘praktijkmanagement’. De nieuwe betaaltitels ondersteunen de (multidisciplinaire) samenwerking, de organisatie, ketenzorg, kwaliteitsontwikkeling, aanspreekbaarheid van de eerste lijn en de innovatie van zorg.

In april 2017 bereikten Zorgverzekeraars Nederland, het ministerie van VWS, LHV en InEen overeenstemming over invoering van vier nieuwe betaaltitels O&I per 1 januari 2018. Partijen hebben zich gecommitteerd om met de afgesproken ontwikkeling aan de slag te gaan. Voor de nieuwe betaaltitels gelden vrije tarieven en is een contract met de verzekeraar een vereiste.

 

2. Wat gebeurt er met de GEZ en OWZ?
Er is een transitieperiode van drie jaar (2019 – 2021), waarin de GEZ en OWZ worden afgebouwd terwijl de O&I wordt opgebouwd. Zowel het bedrag als de voorwaarden voor O&I wijken af van hetgeen dat voor GEZ en OWZ van toepassing was. Naast een lagere vergoeding is de belangrijkste aanpassing dat O&I op basis van een regioplan, dus op regioniveau, gecontracteerd wordt. Hierbij is een regio-organisatie vereist, die tenminste 80% van de huisartsen in een aaneengesloten werkgebied vertegenwoordigt (ten minste 100.000 ION). 

 

3. Hoe ziet het O&I-contract eruit?
UNICUM heeft met instemming van haar leden een O&I-contract gesloten dat loopt tot eind 2021.  De vergoeding bestaat uit drie componenten:

  1. regiomanagement
  2. ondersteuning ketenzorg
  3. wijkmanagement

Het laatste deel wordt ook wel het ‘gemeentebudget’ genoemd. Dit is bedoeld om de multidisciplinaire samenwerking tussen meerdere domeinen in de gemeente/wijk te stimuleren. Inzet vanuit deze gelden is dus zowel multidisciplinair als multidomein.

 

4. Welke voorwaarden worden aan het contracteren van O&I gesteld?

  • O&I-contract alleen mogelijk op regioniveau
  • Regio is logisch afgebakend, aaneengesloten gebied van ten minste 100.000 inwoners
  • Regio-organisatie is rechtspersoon met mandaat van achterban
  • Vertegenwoordigt tenminste 85% van de huisartsen en inwoners in de regio
  • Is verantwoordelijk voor het opstellen van een regio-plan

 

5. Hoe wordt de vergoeding gedeclareerd?
In de beleidsregels is vastgelegd dat per regio gedeclareerd wordt. De Nederlandse wetgeving bepaalt dat zorggelden (inclusief regio- en wijkmanagementgelden) moeten worden gedeclareerd op naam van een verzekerde. Dat is ook de reden dat O&I-contracten met regionale huisartsenorganisaties worden gesloten, zodat deze multidisciplinaire gelden kunnen worden gedeclareerd op naam (via de ION van de huisarts).

 

6. Wat is een regioplan en wat vind ik daarin terug?
Huisartsen hebben in hun regioplannen beschreven welke thema’s belangrijk zijn voor de regio, waar zij over drie jaar willen staan en hoe zij de transitie naar O&I willen vormgeven. Deze uitgangspunten vormen het kompas voor de verdere ontwikkeling en inrichting van regio-organisaties die richting geven aan het beleid en de activiteiten voor de komende jaren. Op basis van dit gezamenlijke regioplan zijn afspraken gemaakt met de zorgverzekeraar over O&I-financiering voor de periode 2019-2022. 

In oktober 2020 staat het maken van het regioplan voor 2021 e.v. op de agenda. Het huidige regioplan is monodisciplinair tot stand gekomen met de onmisbare inbreng van de huisartsen. Voor 2021 streven we ernaar om ook op het niveau van het regioplan, dat immers de kaders bepaalt voor de gemeentehubs, multidisciplinaire inbreng te realiseren. Waarschijnlijk nog niet in 2020, maar op de wat langere termijn zal het regioplan worden opgesteld met inbreng van de gemeentehubs, de vakcommissies, de overige regionale beroepsorganisaties en de regionale bestuurlijke overleggen. En zo komen we tot een samenhangend, persoonsgericht, gestructureerd en goed georganiseerd zorgaanbod voor de inwoners en daarmee tot meer werkplezier voor ons allemaal.

 

7. Welke activiteiten vallen er onder O&I?
Onderstaande O&I-matrix toont welke activiteiten allemaal onder O&I vallen.

8. Er wordt gesproken over resultaatgebieden binnen O&I. Wat houdt dat in?
De ondersteuning van lokale en regionale huisartsen- en eerstelijnsorganisaties richt zich volgens het O&I-model op zes kaders. Voor alle ondernomen activiteiten geldt dat zij een bijdrage moeten leveren aan één of meer van de benoemde resultaatgebieden:

  1. Patiënttevredenheid
  2. Innovatie
  3. Financieel
  4. Kwaliteit van zorg(processen)
  5. ZorgICT
  6. Netwerk

Laatstgenoemde is een belangrijke randvoorwaarde voor Organisatie en Infrastructuur.

 

9. Wat zijn de bouwstenen van O&I?
Voor structurele samenwerking met strategische partners (paramedici in de eerste lijn, thuiszorg, ziekenhuis, gemeenten, zorgverzekeraar) is een goede basisinfrastructuur van voorzieningen nodig. Dit is essentieel voor het realiseren van goede zorg en ondersteuning voor inwoners en in het bijzonder voor de kwetsbare groepen. Er moet voldoende ruimte zijn voor innovatie en kleinschalige pilots die op termijn opgeschaald kunnen worden. De benodigde organisatie en infrastructuur bestaat uit een aantal elementen: O&I-bouwstenen. Deze ondersteunen de samenwerking op de verschillende niveaus in de regio. De verschillende bouwstenen zijn:

  • Netwerkstructuur: 7x24-uurs, multidisciplinair
  • Samenwerkingsafspraken
  • ZorgICT en digitale communicatie
  • Datamanagement en informatievoorziening
  • Zorgprogramma’s en interventies
  • Nascholing
  • Infrastructuur acute zorg

Samenwerking vindt plaats tussen disciplines in praktijk, wijk, gemeente en regio. Op al deze niveaus is O&I nodig. Het is van belang deze op de verschillende niveaus in samenhang met elkaar te organiseren: klein en dichtbij als het kan, en schaalvoordeel benutten als dat zinvol is.

 

10. Wat is een gemeentehub?
De gemeentehub is de belangrijkste schakel voor een succesvolle lokale O&I. Hier krijgt de samenwerking vorm tussen alle zorg- en welzijnsprofessionals in de gemeente/wijk. Iedere gemeente kan deze samenwerking op haar eigen wijze organiseren, via een (nieuwe of bestaande) rechtspersoon of als netwerkorganisatie. De gemeentehub kan ervoor kiezen om bepaalde zaken op wijkniveau te organiseren, dan is er naast de gemeentehub sprake van een of meerdere wijkhubs. Dat kan handig zijn in een grote gemeente met veel diversiteit in de populatie in de wijken of wanneer een gemeente uit meerdere kernen met specifieke problematiek bestaat.

Vanuit de gemeentehub wordt een plan opgesteld voor de totale populatie, waar nodig gedifferentieerd naar wijk. Elke zorg- en welzijnsprofessional kan input geven voor dit plan, participeert (direct of indirect) in de besluitvorming, kan een bijdrage leveren, een idee aandragen of in een projectgroep de uitwerking ter hand nemen.

Diensten en producten die worden ontwikkeld vanuit de wijkmanagementgelden, zijn toegankelijk voor elke inwoner/patiënt van de gemeente. Dat betekent dat niet iedere praktijk of organisatie actief hoeft te participeren om zijn patiënten of burgers van de ontwikkelingen te laten profiteren. Door wel te participeren bepaal je mede het beleid binnen de gemeentehub en de prioritering van de projecten.

 

11. Wat is een kerngroep?
Belangrijk is dat vanuit de samenwerking in de gemeentehub een multidisciplinaire ‘kerngroep’ wordt gevormd. Deze kerngroep is - afhankelijk van de ontwikkelingen binnen de gemeente - actief als kwartiermaker, kartrekker, aanjager of bestuur van de gemeentehub. 

De kerngroep heeft als belangrijke taken:

  • informeren en enthousiasmeren van de achterban
  • organiseren van de infrastructuur binnen de gemeentelijke samenwerking (de governance)
  • ophalen van ideeën en projectvoorstellen
  • begeleiden van processen
  • bundelen van kansrijke initiatieven tot een gemeentebreed gedragen plan met begroting

Hoe eerder het plan door de gemeentehub is goedgekeurd, des te eerder kan de gemeentehub aan de slag met de uitvoering. Voor meer informatie en beschikbare budgetten neem contact op met Mieke Walda.

Op termijn zal de kerngroep zich ontwikkelen tot een besluitvormend orgaan, dat met mandaat van de achterban besluiten kan nemen. Dat vraagt ook iets van de organisatiegraad van alle deelnemende disciplines. Bij de meeste zorgprofessionals is deze niet erg sterk en moet er gebouwd worden aan onderlinge samenwerking, vertrouwen en vereniging. UNICUM ondersteunt met hulp van Raedelijn diverse beroepsgroepen bij het opzetten van regionale monodisciplinaire verenigingen.

 

12. Wat zijn de ervaringen van gemeentehubs binnen de regio?
Als je al gewend bent om multidisciplinair samen te werken, bijvoorbeeld vanuit een GEZ of OWZ, kan dat de transitie naar O&I vergemakkelijken. Zorgverleners in de gemeente Bunnik zijn verenigd in de Stichting OWZ Kromme Rijnstreek. Qua organisatie en kennis van multidisciplinair samenwerken kunnen zij bogen op meerdere jaren ervaring. De komende periode zal de transitie van OWZ naar O&I plaatsvinden, waarbij het sociaal domein als vaste partner in het netwerk meer dan voorheen een rol krijgt. Ook ligt binnen deze regio de focus op het inrichten van een goede governance en worden de netwerk/projectplannen zo nodig verder uitgewerkt en uitgevoerd.

In alle vijf gemeenten in Zuidoost-Utrecht is er een verbinding tussen de gemeentehub en het sociaal domein. In elke gemeentehub is een beleidsadviseur sociaal domein lid van de kerngroep. Daarmee stimuleren we de samenwerking over de domeinen heen.

 

13. Wat is de rol van de wijkmanager?
In het regioplan is opgenomen dat elke gemeentehub de wijkmanagersfunctie zal invullen. Deze wijkmanager ondersteunt de kerngroep, de gemeentehub en de zorg- en welzijnsprofessionals waar nodig en wenselijk. De belangrijkste taken van de wijkmanagers zijn eveneens in het plan omschreven. Elke gemeentehub bepaalt zelf hoe zij deze functie invult: is er één wijkmanager of worden de taken verdeeld over meerdere personen? Doet een huisarts dienst als wijkmanager, wordt een ZZP-er ingehuurd voor deze functie of maakt men gebruik van een wijkmanager in dienst van UNICUM? 

Welke optie de gemeentehub ook kiest, de gemeentelijke plannen zijn leidend voor de inzet van de wijkmanager en de functionele aansturing van de wijkmanager gebeurt door (een van de leden van) de kerngroep. UNICUM ondersteunt de wijkmanagers met informatie, een inwerkprogramma, tools en faciliteiten.

 

14. Wat zijn de ervaringen van wijkmanagement binnen de regio?
In UNICUM-gebied is lang niet overal al sprake van gestructureerde, gemeentebrede, multidisciplinaire samenwerking. Soms is O&I het startmoment om met elkaar in gesprek te gaan. Dat is bijvoorbeeld het geval in Wijk bij Duurstede, waar in oktober 2019 met ondersteuning van UNICUM en Raedelijn een O&I-bijeenkomst is georganiseerd voor zo’n dertig zorg- en welzijnsprofessionals. Inmiddels staat de kerngroep, is er een wijkmanager en wordt de laatste hand gelegd aan het jaarplan. Anne-Therese Huybregts, lid kerngroep en huisarts, vertelt er graag meer over. In Zeist is de situatie weer anders: hier werkt een klein deel van de huisartsen samen in GEZ-verband. Voor O&I is onlangs een kerngroep geformeerd om Zeist-breed de gemeentehub vorm te geven. Bijzonder in Zeist is dat het wijkmanagement wordt ingevuld door twee personen, een met een zorgachtergrond en een met een gemeentelijke achtergrond. Op die manier hoopt Zeist de verbinding tussen zorg en welzijn nog steviger te verankeren in de aanpak. Lees hier meer over deze samenwerking.

  

15. Wat is de rol van UNICUM in het proces rondom O&I?
UNICUM streeft naar maatwerk met veel vrijheid voor de gemeentehubs. Zij wil vooral voorwaardenscheppend en faciliterend een bijdrage leveren. Dat blijkt ook uit de O&I-matrix: voor sommige zaken is het handiger om deze op regioniveau op te pakken, denk bijvoorbeeld aan GLI, afspraken met het ziekenhuis, scholing of ICT. Op regioniveau organiseert UNICUM draagvlak en commitment, onder andere via het Bestuurlijk Overleg. Grote projecten, zoals bijvoorbeeld de risicostratificatie en transitiemonitor worden in dit gremium besproken. 

De recente coronacrisis heeft de meerwaarde van een regionale aanspreekbare organisatie duidelijk aangetoond. Of het nu ging om deelname in het crisisteam, het inrichten van speciale luchtwegposten of het binnen enkele dagen regelen van beeldbellen: samen hebben we het voor elkaar gekregen. Binnenkort gaan we aan de slag om op basis van de opgedane ervaringen het draaiboek voor een mogelijk nieuwe uitbraak te optimaliseren.

16. Wat is de inbreng van de leden als het gaat om O&I?
In zowel regio ZOU als in regio Lekstroom is een O&I-vakcommissie actief. Deze vakcommissies zijn regionaal en multidisciplinair georganiseerd. De vakcommissie heeft als taak om aan de hand van de inhoudelijke plannen verbinding en kennisoverdracht te stimuleren, samenhang te bewaken en advies te geven aan directie en bestuur over O&I.

De vakcommissie O&I ZOU wordt gevormd door Wim Bouman (voorzitter), Dominique van Steenis, Roel Bots, Alexander van Lennep, Jeroen Morsink en Ayse Tuna-Tüzün.

De vakcommissie wordt ondersteund door de manager O&I. Heeft u vragen of input, stuur dan een e-mail naar Mieke Walda. De vakcommissie doet in de ALV periodiek verslag van haar activiteiten en de belangrijkste thema’s op de agenda.